29/01/2026

Verhoogt de werkgeverstussenkomst in het woon-werkverkeer vanaf 1 februari 2026?

Naar jaarlijkse gewoonte heeft de NMBS de tarieven aangepast. Deze aanpassing is geldig vanaf 1 februari 2026 en heeft in sommige gevallen tot gevolg dat je ook meer moet betalen aan de werknemers als tussenkomst in hun vervoerskosten.

In dit artikel vind je een samenvatting van de verschillende mogelijkheden per vervoermiddel.

Openbaar vervoer per trein

Als werkgever ben je verplicht om tussen te komen in de kosten van de werknemers indien deze met de trein komen werken.

Sommige sectoren en bedrijven baseren de werkgeverstussenkomst op de werkelijke prijzen van de treinkaarten van de NMBS. De verhoging van de NMBS-tarieven vanaf 1 februari 2026 met 2,60 %, heeft dan een stijging van de werkgeverstussenkomst tot gevolg.

Sectoren en ondernemingen die de forfaitaire bedragen van de Nationale Arbeidsraad volgen, zullen de werkgeverstussenkomst in het woon-werkverkeer eveneens moeten aanpassen. Deze bedragen evolueren vanaf 2025 immers automatisch bij elke stijging van de prijs van de treinkaarten van de NMBS. De jaarlijkse verhoging zal maximum 2,5% bedragen. De NAR heeft intussen de nieuwe tabel vanaf 1 februari 2026 gepubliceerd.

Ook in de sectoren en bedrijven die voorzien dat de werkgever een derdebetalersregeling met de NMBS moet afsluiten, heeft de verhoging van de NMBS-tarieven gevolgen. De werkgever betaalt in dat systeem minstens 80% van de kostprijs van het treinabonnement rechtstreeks aan de NMBS. De overheid betaalt het resterende gedeelte eveneens rechtstreeks aan de NMBS. De werknemer hoeft zelf dus niets te betalen.

Ander openbaar vervoer

Ook de werknemers die met de bus, tram of metro naar het werk komen, hebben recht op een tussenkomst in hun vervoerskosten, vanaf de eerste kilometer.

De tussenkomst verschilt naargelang de prijs van het abonnement al dan niet wordt berekend in functie van de afgelegde afstand:

De prijs hangt af van de afstand

De tegemoetkoming van de werkgever is gelijk aan de voorziene tegemoetkoming van de treinkaart voor de overeenstemmende afstand. De werkgeverstussenkomst is echter beperkt tot 75% van de effectieve kostprijs van het vervoersabonnement.

De prijs is een eenheidsprijs, ongeacht de afstand

De tussenkomst van de werkgever bedraagt 71,8% van de effectieve kostprijs van het vervoersbewijs, beperkt tot de tussenkomst in de treinkaart voor een afstand van 7 kilometer.

Met ingang van 1 februari 2026 verhogen de tarieven van De Lijn met 4,2 %. De TEC voert op dezelfde datum een tariefverhoging door van 2,15 %. Ook de MIVB verhoogt haar tarieven vanaf 1 februari 2026.

Privé-vervoer

Wettelijk gezien is er geen algemene verplichte tussenkomst in de kosten indien de werknemer zijn eigen vervoermiddel gebruikt. Toch is in de meeste sectoren ook hiervoor een werkgeversbijdrage voorzien.

Voor de sectoren die hun tussenkomst berekenen op basis van cao 19/9 wijzigt er niets op 1 februari 2026. In sectoren waar de tussenkomst van de werkgever wordt berekend op basis van een percentage van de NMBS-tarieven van de treinkaarten zijn er mogelijk wel wijzigingen. Ook voor sectoren die een indexmechanisme hebben afgesproken, moet er mogelijk een aanpassing gebeuren.

Fietsvergoeding

Werknemers die met de fiets komen werken, hebben recht op een tussenkomst van de werkgever. Zoals we vorige week al lieten weten, is de fietsvergoeding sedert 1 januari 2026 voor veel werknemers verhoogd.

De fietsvergoeding kan geregeld worden door een sectorale cao. Zo zijn er sommige sectoren die de verplichte tussenkomst van de werkgever baseren op het maximaal vrijgesteld bedrag per kilometer voor de RSZ en de fiscus, dat sinds 1 januari 2026 € 0,37 per kilometer bedraagt.

Indien de sector niets voorziet, geldt de aanvullende algemene regeling van de NAR-cao nr. 164. Deze cao bepaalt dat in sectoren en ondernemingen waar geen fietsvergoeding is voorzien, de werkgever alsnog verplicht is een fietsvergoeding te betalen gelijk aan € 0,30 per gefietste woon-werkkilometer (bedrag vanaf 1 januari 2026), voor een afstand beperkt tot 20 km enkel.

Fiscale vrijstelling voor woon-werkverkeer met de wagen of motor

De tussenkomst die je betaalt indien de werknemer zijn privé-vervoermiddel (eigen wagen, motor) voor zijn woon-werkverplaatsingen gebruikt, is in principe een belastbare bezoldiging. Voor inkomstenjaar 2026 wordt er bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing maandelijks een vast bedrag van € 41,70 vrijgesteld, oftewel € 500 per jaar.

De vrijstelling geldt enkel voor de werknemer die opteert voor een forfaitaire aftrek van zijn beroepskosten in de personenbelasting.

Fiscale vrijstelling voor woon-werkverkeer met de fiets

De fiscaal vrijgestelde fietsvergoeding bedraagt vandaag € 0,37 per kilometer met een maximumbedrag van € 3.700 per jaar.

Gerelateerde artikels

18/08/2026
Toekenning jaarlijkse premies in augustus 2026
In een aantal sectoren werd beslist om een sectorale regeling uit te werken rond de toekenning van een jaarlijkse brutopremie aan de werknemers. In de maand juni zullen onze diensten dan ook een jaarlijkse premie boeken voor de werknemers uit PC 201 en 202.01.
Lees meer
Lees meer
18/08/2026
Arbeidsmigratie: invoering Vlaamse retributie
Buitenlandse werknemers die geen onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, kunnen niet zomaar in België werken. Zij moeten beschikken over een toelating om zowel in België te werken als te verblijven. Vanaf 1 september 2026 wordt voor de aanvragen van een gecombineerde vergunning een Vlaamse retributie van € 180 ingevoerd.
Lees meer
Lees meer
18/08/2026
Fiscale werkbonus wordt verhoogd in 2026 en 2028
Om het verschil tussen werken en niet-werken te vergroten, wordt de fiscale werkbonus verhoogd. De fiscale werkbonus verhoogt voor de zeer lage lonen in 2026 en nogmaals in 2028.
Lees meer
Lees meer